Kleurenleer - Kees Veenman (maart 2017)

Goethe's kleurencirkel

De moderne natuurkunde beschouwt licht als een samengesteld uit deeltjes (Newton) of fotonen van verschillende golflengte. Goethe zag dit heel anders: “Het licht is het eenvoudigste, meest ongedifferentieerde en homogene verschijnsel dat we kennen. Het is niet samengesteld”.

Waar voor Newton en zijn navolgers de ene kleur moet worden gescheiden van de andere, bijvoorbeeld met een prisma, kwam Goethe tot de slotsom dat kleur daar ontstaat waar licht en duisternis op elkaar inwerken. Dat is op verschillende wijzen mogelijk. Bij de kleuren aan de hemel door verduistering van het licht bij het geel of rood van de zonsop- of ondergang of het blauw van het duistere firmament, wanneer de atmosfeer door de zon wordt doorlicht. Bij de kleuren in het prisma doordat het aan elkaar grenzende licht en duister tot samenwerking komen. De proeven die Goethe ontwierp hebben vaak de eigenschap dat alle varianten van een fenomeen in één proef te aanschouwen zijn, wat helpt om te leren doorzien wat de eenvoudigste situatie is die aan een gebied van kleur ten grondslag ligt, het zogenoemde oerfenomeen.

De kleurencirkel en totaliteit

De zes hoofdkleuren geel, rood, magenta, violet, blauw en groen plaatste Goethe in een kleurencirkel. Daarbij komen twee intensiverende processen tot uitdrukking, die van geel naar rood en die van blauw naar violet. Beide processen voeren tot een culminatie in het ontstaan van magenta, voor Goethe de kroon op de kleur. Zo tendeert de kleurontwikkeling naar een totaal, het zogenaamde  totaliteitsprincipe. Ditzelfde principe wordt, zoals we zullen zien, ook werkzaam bij het nabeeld, dat ontstaat bij de waarneming van een kleur, waartoe de nabeeldkleur zich complementair verhoudt. De oorspronkelijke kleur en de nabeeld kleur vormen dan ook een totaliteit. De zoektocht naar het unieke van een fenomeen kan langs meditatieve weg worden voortgezet. Afhankelijk van de interesse van de groep kunnen we tot een eerste kennismaking met dit gebied komen. Mijns inziens zal zo’n benadering voor het onderwijs steeds belangrijker gaan worden.

Proces en gebaar

Als de gangbare natuurkunde stelt dat licht of elektromagnetische straling een golflengte heeft dan leidt dat tot de vraag: wat is de inhoud van een kleur en welke taal spreekt zij? We zullen zien dat elke kleur een unieke ontwikkelingsdynamiek heeft of kortweg een gebaar. Kleur spreekt in gebarentaal. Zo komt de kleur rood tot stand in een verdichtingsproces en het gebaar is gestuwd.