NATUURKUNDE: Methodiek - Jan van Gils (okt 2017)

Alvorens in te gaan op een serie fenomenen wil ik eerst de methode ter sprake brengen om tot inzicht te komen. In onze opleiding richten we ons op de fenomenologische methodiek. De praktijk en het zicht op de fenomenologische methodiek is niet eenduidig uitgekristalliseerd.

Historisch werd de fenomenologische methodiek gepraktiseerd door Goethe en Faraday voordat er een reflectie op de natuurwetenschappelijke methodiek plaats vond.
Rond 1900[1] is er voor het eerst een filosofische reflectie op de dan gangbare Kantiaanse methodiek (empirische cirkel) waarin de fenomenologie een plaats krijgt. In de loop van de 20ste eeuw vind de fenomenologische methodiek langzaam zijn weg in de literatuurbeschouwing, de geestelijke gezondheidszorg, yoga en mindfullness. Alhoewel de laatste twee zich hierop niet baseren. Tot de economie, sociale en natuurwetenschappen is deze methodiek nooit doorgedrongen. Ook binnen de antroposofische beweging leidt de fenomenologie een verheven doch inactief bestaan.

In de leerplan werkboeken[1] natuurkunde voor vrijeschoolonderwijs is de fenomenologische methodiek[2] voor de anorganische natuur beschreven.

De vier stappen laten zijn in het boek op pagina 40 als volgt samengevat:

De fenomenen

...blijf bij het fenomeen...

Steiner beschrijft in zijn boek Grundlinien de wetenschappelijke  methodiek  voor drie verschillende wetenschapsgebieden – voor de anorganische natuur, de organische natuur en voor de geesteswetenschappen.

Voor de anorganische natuur beschrijft hij dat alle fenomenen tot dit gebied behoren die voor 100% bepaald worden door de uiterlijke voorwaarden. De omstandigheden/ de proefopstelling bepaalt voor 100% het in verschijning treden van een fenomeen. Door samenhangende fenomeenreeksen te ontwikkelen wordt een gebied van fenomenen inzichtelijk. Het gaat in de fenomenologie niet om verklaren met een uitgedacht model maar om het zich ‘verbinden met’ en ‘doorgronden van’ de wereld.

Een fenomeen laat zich in twee richtingen inbedden. Aan de ene kant door eenvoudigere fenomenen  en aan de andere kant door samengesteldere fenomenen. De eerste leidt tot een basisfenomeen – door Goethe het oerfenomeen genoemd en de tweede tot technologie.

De eerste stap in de fenomenologie is het zich met volle aandacht – voorstellingsloos/ begripsloos en gedachteloos inleven in het fenomeen. Het opzuigen van het fenomeen  - éénwording met het  fenomeen in zijn exclusiviteit/ in zijn enkelvoudigheid en zijn afzonderlijkheid. Ons verstand en onze reflectie op ons eigen aandachtproces begeleidt ons in dit éénwordingsproces. Steeds hebben we er tegelijk weet van dat we niet wegdromen of in voorstellingen en verklaringen opgaan. BLIJF BIJ HET FENOMEEN is het credo.

Nog vele vragen zullen volgen – zoals: hoe komen we dan tot begrijpen/ wat is de functie van het denken enz.

In dit blok wil ik kwalitatief ingaan op 3 deelgebieden van de natuurkunde:  warmte – klank en licht/donker. Daarnaast ga ik aan de hand van proeven in op elektriciteit[1] en magnetisme[2]. Zie de literatuur wanneer je je hierop wil voorbereiden.  

[1]http://www.stralingsrisicos.nl/images/pdf/DE%20INVLOED%20VAN%20ELEKTROMAGNETISCHE%20STRALING%20OP%20DE%20MENS.pdf

Op zoek naar oerfenomenen - Bob Siepman van den Berg ( maart 2017)

Goethe's aanpak ...

Wat opvalt bij de bestudering van met name Goethe's kleurenleer is, dat hij meestal reeksen van verwante proeven presenteert. Goethe geeft zelf een toelichting op deze werkwijze in zijn essay “Het experiment als bemiddelaar van object en subject”:

hij stelt dat één enkel experiment weinig zegt en dat het de “hoogste plicht” is voor een natuuronderzoeker om te streven naar reeksen verwante verschijnselen en experimenten omdat deze veel beter de principes en wetmatigheden laten zien dan een losstaand experiment. Het grote gevaar bij één enkele proef is, dat ons verstand gaat speculeren over verklaringen, waardoor we de doorleefde verbinding met de verschijnselen kwijtraken. Zo'n reeks van verwante verschijnselen levert iets op wat Goethe noemt een “ervaring van een hogere soort”. Hierdoor wordt meestal veel duidelijker wat de werkzame principes en wetmatigheden zijn.

Een ander, maar verwant kenmerk van Goethe's aanpak is dat hij bij het doen van proeven probeert de verschillende omstandigheden waaronder een  bepaald verschijnsel optreedt, op een geleidelijke manier te veranderen. Langs deze methodische principes wordt het mogelijk om door te dringen tot wat Goethe noemt de “oerfenomenen”. Dit zijn elementaire of enkelvoudige fenomenen die niet verder verklaard hoeven worden, maar waarmee je omgekeerd de ingewikkelde of samengestelde fenomenen kunt verklaren, namelijk door ze af te leiden uit deze oerfenomenen.

In de Opleiding  Fenomenologie gaan we deze methodische principes, die zeer bruikbaar zijn in het  natuur- en scheikunde-onderwijs op Vrijescholen, toepassen op concrete groepen van verschijnselen en experimenten.