Magnesium en zwavel

Al zes jaar komt een studiegroep bij elkaar met vertegenwoordigers vanuit verschillende secties van de Antroposofische Vereniging in Nederland rond het thema stoffen (substanties). Het doel is om op een fenomenologische manier vanuit verschillende disciplines onderzoek te doen naar bepaalde stoffen. De vakgebieden waren ditmaal bodemkunde, aardrijkskunde, scheikunde, euritmie, beeldende kunst, voedingskunde en geneeskunde.

Na calcium en fosfor in 2015, stikstof en koolstof in 2016, zuurstof en waterstof in 2017, silicium en calcium in 2018, natrium en kalium in 2019, is dit jaar gekozen voor magnesium en zwavel als onderzoeksthema. Met magnesium en zwavel hebben we deze keer gekozen voor de vergelijking van een metaal en een niet-metaal. Beide elementen komen voor in de bodem en zijn belangrijk in levensprocessen.

De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op eigen ervaring in het vakgebied en literatuurstudie. Het verslag beoogt niet een afgeronde studie te zijn. Het geeft weer tot waar we na driekwart jaar onderzoek zijn gekomen. Op 7 maart 2020 werden de bijdragen van de zeven leden van de werkgroep gepresenteerd. In het verslag dat u binnenkort hier kunt downloaden, zijn deze bijdragen in uitgebreidere vorm uitgewerkt. Nu alvast een voorproefje, te beginnen met de Inhoudsopgave, een fragment van de aardrijkskundige bijdrage en inktschetsen van Irene van der Laag.

Inhoud van het complete verslag

Licht, warmte, leven - Irene van der Laag

p 1   Inleiding 

p 2   Louise Kelder, aardrijkskundige - magnesium en zwavel in de minerale wereld 

p12   Antoon van Hooft, scheikundige - experimenten met Mg en S 

p34   Jan Bokhorst, bodemkundige - bodem en plant 

p42   Irene Pouwelse, euritmiste - euritmie schutter en tweelingen 

p46   Irene van der Laag, beeldend kunstenaar schilderijen - licht en warmte 

p54   Ruud Hendriks, voeding - verbinden en individualiseren 

p63   Huib de Ruiter, huisarts - Mg en S in de mens

p75   Youtube video’s over magnesium en zwavel 

p76   Citaten Rudolf Steiner over zwavel 

p85   Citaten Rudolf Steiner over magnesium 

De afbeelding op de titelpagina is van Irene van der Laag

Magnesium en zwavel in de minerale wereld - Louise Kelder (fragment)

Groenen - Irene van der Laag

Als we de twee stofelementen magnesium en zwavel in ogenschouw nemen vanuit de oermoeder, de Aarde, is het zaak om ze op te zoeken in de verborgenheid van gesteenten en mineralen, verbonden als ze zijn met andere elementen. We volgen hen in de veranderingsprocessen door de aardgeschiedenis heen, vanaf het eerste optreden tot hun individualisering: een proces van differentiatie, een biografie van de stof. Waar komen ze vandaan, waar gaan ze naar toe?

Magnesium

Neem nu het magnesium: samen met ijzer vormt het één geheel in de olivijn (Mg,Fe)2SiO4. Een prachtig lentegroen mineraal dat deel uitmaakt van peridotiet dat zich bevindt in de aardlaag die onder het graniet en onder het basalt ligt. Vanuit de duistere diepten van de aarde wordt het alleen waargenomen aan de aardoppervlakte als het meegenomen wordt door de nog vloeibare basaltische lava. Als olivijnknollen of -ogen in hard geworden lava, maar ook klein verdeeld in het basalt en als kleine groen glanzende korrels tussen het zwarte strandzand.

Maar ook vinden we het olivijn in de steen-ijzer-meteorieten van buiten het aardrijk, de zgn. pallasieten (afb. 2) die komend uit de kosmos door de dampkring onze aarde bereiken en kennelijk in onze zonnesfeer rondzwerven. De aardkern en de omringende sfeer in ons planetenrijk bestaan dus uit gelijke substantie: nikkel-ijzer en de peridotiet (olivijn en pyroxeen). Ze hebben dezelfde kosmische oorsprong. (...)

Zwavel

Bij de zwavel gaan we een andere weg, vanuit zijn minerale samenhang vrijgekomen zwavel, zoals het uit zwaveldampen neerslaat bij vulkanisme, gaan we terug naar het verborgen bestaan van zwavel in sulaften en sulfiden, als dragers van ertsen.

Op nog warme vulkaanhellingen ontstaan, vaak nog jaren na de uitbarsting, mooi geel uitgekristalliseerde zwavelkristallen (afb. 9) uit dampen vanuit de ondergrond. Ook in de solfataren, zwavelbronnen, die vaak ontstaan als begeleider van vulkaanactiviteit komen er voortdurend zwaveldampen uit de ondergrond, die het warme water zwavelig maken en als giftige zwaveldampen ontsnappen en neerslaan. Dat duidt op chaotische toestanden onder in de aardkorst, waar duistere aardlagen doorbroken en veranderd worden. Hier is zwavel als uitdrukking van die veranderingen door zich bij sterke verhitting los te maken uit sulfatische gesteenten. Het scheidt zich bij afkoeling boven de aarde af als damp en kristalliseert uiteindelijk als pure zwavel.
De hele lucht is vervuld met de bedwelmende geur van zwavel. Met zijn heldergele kleur is de zwavel verwant aan het licht en in zijn gevarieerde kristalvormen laat het zijn veranderlijkheid zien die samenhangen met warmteprocessen. (...)