Luisterend naar het landschap - Bas Pedroli (2020)

Over de kracht van het verwonderen en het Europese landschap: dit boek gaat over landschappen, van het Hollandse rivierenland tot de Portugese lagunen van de Algarve, van de toendra in Lapland tot de akkers in de Roemeense Donauvlakte en van de Bourgondische wijngaarden tot de bossen in de Oeral. Elk van die landschappen heeft zijn eigenheid. Het zijn plekken waar mensen hun hart aan verpand hebben, waar ze zin aan geven en waar ze een deel van hun identiteit aan ontlenen. Als je zo’n landschap nader beschouwt, ontstaat een gevoel van verwondering: luisterend naar het landschap kom je het unieke karakter naderbij. Een zorgvuldige terugblik waarin je je later probeert het landschap weer voor de geest te halen helpt daarbij, als een oefening in actieve verwondering. Je kunt je voorstellen verschillende keren dezelfde weg te lopen, tot steeds meer details verschijnen. Soms kun je zo zelfs iets nieuws ontdekken, een plant of een vogel waarvan je je niet bewust was dat je die gezien had, maar waarvan je zeker weet dat die er wel geweest is, en vooral, dat die het beeld completeert.

Een echte kennismaking met het landschap roept altijd enthousiasme op. Daar waar mensen zich oprecht voor hun omgeving inzetten, ook als het oude landschap zijn traditionele functies heeft verloren, kan zich bewustzijn ontwikkelen voor een nieuw levend landschap. Op basis van de specifieke kwaliteiten van het cultuurland zoals dat in eeuwen is gegroeid, ontstaan dan initiatieven die nieuwe functies in het landschap mogelijk maken, kiemen voor een toekomstig landschap. Op vele plaatsen kun je zulke initiatieven tegenkomen: zorgboerderijen, openluchtscholen, milieucoöperaties, eco-dorpen en tal van projecten voor landschapsbeheer. Een aantal is te herkennen in de beschreven landschappen. Ze zijn het waard gekoesterd te worden.

Een veelkleurig, gelaagd landschap wordt zichtbaar. Beeld van een bewogen verleden. Noeste arbeid van boeren, monniken, landarbeiders, vele eeuwen lang. En ook – steeds meer – het werk van ingenieurs, planologen en landschapsarchitecten. Elk landschap, geleefd of bedacht, vertelt een eigen verhaal. Als je goed luistert, ontstaat een intiem gesprek: verwondering en enthousiasme – kiemen voor toekomstige ontwikkeling.

Bas Pedroli houdt zich als onderzoeker al tientallen jaren bezig met het lot van het Europese landschap, op zoek naar de juiste verhouding tussen waarneming en wensbeeld, tussen terughouding en durf. Hij is universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Landgebruiksplanning bij de universiteit van Wageningen.

Als beeldend kunstenaar doet Marjolijn Boterenbrood intensief onderzoek naar specifieke plekken en gebieden. De indrukken van een gebied vertaalt ze in ‘kaarten’, een complete atlas, tekeningen of een ruimtelijke installatie. De illustraties in dit boek zijn een resultaat van haar project ‘De Partituur van Zoet en Zout'.

Uitgeverij Nachtwind, 144 pag., 20 euro.

OVER HET LANDSCHAP - Bas Pedroli

Gastdocent Pedroli

Inleiding op het gastcollege van 11 mei 2017 door landschaps-ecoloog Bas Pedroli:

Het landschap heeft iets vanzelfsprekends, je fietst er door of je woont erin zonder dat je er erg in hebt. Toch spelen veel jeugdherinneringen of vakantiebelevenissen zich af in landschappen die ook later nog een kenmerkende sfeer oproepen. Om het wezenlijke van het landschap te benaderen heb je niet genoeg aan het beschrijven van ruimtes, kleuren en voorwerpen.

Het landschap bestaat vooral ook uit geluiden en geuren. Daarnaast kan je bij een wandeling soms een gevoel van evenwicht of onbalans hebben, een impuls krijgen in beweging te komen of even in te houden, of een glimp ontdekken van de levende samenhangen die de mensen die je tegen komt in het landschap onderhouden. Je kunt daar de rol van de evenwichtszin, de bewegingszin en de levenszin in herkennen. Je hebt alle zintuigen nodig om het landschap nader te komen.

Als ik ergens rondloop en de evidentie waarneem dat ik eigenlijk een heggemus zou moeten horen, is dat iets wat ik niet met ogen, oren of neus waarneem, en ook niet iets wat ik via een soort habitatassociatie intellectueel deduceer. Het is echt een waarneming. Zulke waarnemingen komen vaak zelfs pas achteraf, in de terugblik! En dat is wetenschappelijk moeilijk omschrijfbaar. Daar zit voor mij een deel van de uitdaging van de landschapsfenomenologie. De evidentie van diepere lagen in het landschap, die slechts via betrokken en bewuste waarneming zijn te bereiken en niet via afstandelijke objectiviteit, kent eigenlijk iedereen, maar is nog veel te weinig deelbaar.

Fenomenologie is voor mij een grondhouding in het omgaan met de wereld, een houding van respect en verwondering voor de eigenheid van alle dingen en wezens om mij heen, en voor de potentie van ontwikkeling daarin. Dat respect en die verwondering kan ik alleen maar opbrengen als ik aandachtig waarneem, met al mijn zintuigen, zonder vooringenomenheid. Vandaar dat ik fenomenologie ook wel Actieve Verwondering heb genoemd, het is een zaak van bewustzijn, innerlijk bewustzijn.

De eigenheid van een landschap uit zich voor mij in een stemming die al die waarnemingen omvat. Deze stemming – die er vaak al is tijdens het landschapsbezoek zelf – krijgt een meer objectieve, bewuste kleuring als ik het landschap opnieuw voor mezelf opbouw. Ik vraag me af waarom de betreffende plek zo karakteristiek, zo bijzonder is. Iedere plek waar je je wat langer mee bezighoudt wordt bijzonder. Toch is dat voor mij elke keer weer een verrassing. Wat dat bijzondere mij wil zeggen is dan vaak nog open. Ik kom dat nader door te zoeken naar de biografie van het landschap. Vrijwel altijd is in een landschap een deel van de geschiedenis af te lezen. Op het kruispunt van de zintuiglijke waarnemingen, het beeld, de stemming en de biografie van het landschap ontstaat dan een wezensontmoeting, soms vluchtig, soms meer indringend. Het gaat er dan om een vermoeden te ontwikkelen van het wezen van een landschap, een wezen dat pas tot zijn recht komt als mensen zich er mee verbinden, meestal onbewust; bij een fenomenologische benadering probeer je dat bewust te krijgen.

Ik kan blij worden van landschappen, die een eigen sfeer hebben, waar ik veel aan af kan lezen. En ik kan ook moedeloos worden van de landschappen die in de maalstroom van de wereldmarkt het onderspit delven, en geen mensen meer hebben die voor ze zorgen. In de verbinding met een specifiek landschap zijn het voor mij altijd de mensen die zin en richting aan het landschap geven, waar ik kan proberen door actief meewerkend, of ook wel meeluisterend, -waarnemend, -reflecterend een bijdrage aan te leveren. Uiteindelijk is het toch allemaal te doen om de toekomstmogelijkheden die in de omgang van mensen met het wezen van een landschap zichtbaar kunnen worden, en dan ook gerealiseerd kunnen worden. Een toekomst die een heel ander Europees landschap zal laten zien dan we nu kennen. Want het landschap blijft een spiegel van onze maatschappij. Als ik dat ten diepste voor mezelf realiseer, kan ik ook de maatschappij veranderen, al is het maar een heel klein beetje. Alle kleine beetjes helpen.

LIJNEN (column) - Bas Pedroli

Oefening actieve verwondering: “Draai om en vertel wat je hebt waargenomen.”

De sloot die met een paar knikjes naar de horizon loopt weerspiegelt een roerloze hemel. Langs de slootrand bloeit speenkruid met goudgele sterren. In het weiland de eerste pinksterbloemen.

Aan de einder stolpboerderijen langs het Noordhollands Kanaal. Midden ervoor het silhouet van een grote wilg, een groen waas over de takken. Een stel grutto’s en kieviten stort zich op een kraai die de vermetelheid toont toevallig over te vliegen, op weg naar een dode tak in de wilg. Achter me de duinen. Langs de binnenduinrand het rommelig beeld van huizen, tuinen en paardenweiden, en de verre zang van lijsters, van een winterkoninkje. Maar waar ik sta is de wereld stil, overzichtelijk en wijd. Een oud cultuurlandschap, in de middeleeuwen door buitenwater overspoeld, in de 13e eeuw door monniken moeizaam omdijkt en weer op de zee terugveroverd. Even verderop is de plek van de molen nog te herkennen: een met struiken begroeid eiland tussen de sloten. Als ik over het grasland dichterbij kom vliegt razendsnel een sperwer weg.

Hier en daar staan twee mensen rug aan rug zwijgend in het landschap. Even later vertellen ze elkaar gebarend wat ze gezien hebben. We lopen gezamenlijk terug. Op de zorgboerderij – knotwilgen, lammetjes; medewerkers bezig in de moestuin – wisselen we de waarnemingen uit. In kernachtige bewoordingen karakteriseren we het landschap: ‘zuigende rust’, of ‘vraag naar omhulling’. We hebben het over het zelfde, verrassend veel aspecten lichten op. In kleurige lijnen krijgt de toekomst van dit land ook op papier vorm. Omwonenden, mensen van de boerderij, van gemeente en waterschap, leven zich uit: een mooi houten beeld aan het eind van de sloot, een nieuwe molen op de oude plek, de te bouwen boerderij langs het weggetje, de laagste plekken uitgraven voor meer waterberging. Bij de thee met gebak overheerst verbondenheid en enthousiasme. De meesten zullen ‘hun’ plek, de uitsnede uit het landschap die ze waargenomen hebben, niet gauw vergeten. Landschap: mensenwerk.

                                                                                               column uit Motief, april 2010