Levende natuur - Jan Diek van Mansvelt

Van Mansvelt - gastdocent (Foto: Dirk Hart)

Op deze pagina een inleiding op het gastcollege door Jan Diek van Mansvelt op donderdag 14 september 2017: een recent artikel in Antroposofie Magazine en dia's uit zijn presentatie.

Kern van de fenomenologie is het onthullen van de ‘openbare geheimen’. De fenomenologie is een vergelijkende methode. Dat is haar grote kracht. Zij zoekt de verklaring van dat wat je waarneemt niet achter maar in de waargenomen werkelijkheid zelf.

Door het contact met de levende natuur bewust aan te gaan heffen we het dualisme op waarmee we ons de afgelopen eeuwen - het leven als zodanig ontkennend - van de natuur vervreemd hebben. Die vijandige houding ten opzichte van de levende natuur hadden we vermoedelijk nodig om autonoom te worden. Om ons te emanciperen van een onbewust één-zijn met de ‘vanzelf tot ons sprekende’ (vanzelf-sprekende) natuur.

Dit gastcollege wordt verzorgd door Dr. Jan Diek van Mansvelt, biosoof en voormalig bijzonder hoogleraar Alternatieve Landbouw aan de Wageningen Universiteit. Literatuur: J.D. van Mansvelt - Dwarskijken op Darwin (2009) zie in het menu hierboven, onder Meer fenomenologie > vakliteratuur

Je zelf verbinden met de natuur – hoe gaat dat? - Van Mansvelt

“Bewust één worden met de natuur…”, leuk gezegd, maar hoe doe je dat en hoe voelt dat?Fenomenologie is een systematische, stapsgewijze onderzoeksweg naar dat eenheidsbesef. Zonder je verstand te verliezen leer je met je hart waar te nemen: je beide hersenhelften afwisselend gebruiken, zoals je loopt op twee benen.

Een oefening als inleiding

Kies een plant uit die je aanspreekt. Kies hem lekker dichtbij: in je tuin, voor je huis op je stoep of op je vensterbank. Stel je even voor en vertel dat je hem graag beter wilt leren kennen (als je het gênant vindt om dat expliciet te doen moet je dit stukje oefening vooral laten, onbewust heb je dat dan immers toch al gedaan…).

Het kan ook een boom, of alleen maar een boomtak zijn. Kies vervolgens een geschikt moment in de week. Neem een krukje, een blok tekenpapier en een set kleurpotloden. Kijk die plant drie minuten rustig aan en teken hem dan precies zoals je hem ziet – niet zoals je denkt dat hij er uit ziet, of vindt dat hij er uit zou moeten zien.

Je doet het zo goed als je kunt – en dat is precies goed genoeg voor dat moment. Doe dat met een haalbare frequentie, bijvoorbeeld wekelijks, minstens een half jaar. Zo krijg je, al tekenend, zicht op de ontwikkeling van die plant.

Als je na dat halve jaar terugkijkt op wat er allemaal is gebeurd, dan sta je versteld. Je ziet hoe de plant veranderde van vorm en kleur, maar je ziet ook hoe jouw tekenvaardigheid toenam. Je ziet de plant veranderen maar ook steeds beter uit de verf, op jouw papier komen. Maar er gebeurde nog iets, namelijk tussen de plant en jou. Dé plant is jouw plant (boom of tak) geworden. Het lijkt zelfs dat híj er op rekenende dat je telkens weer kwam om hem te bekijken en te tekenen. Jullie kregen een relatie, zoals De Saint-Exupéry dat beschrijft in ‘De Kleine Prins’.

Eén worden met de plant

Als je de tekeningen chronologisch naast elkaar legt zie je in een oogopslag hoe die ontwikkeling verliep. Nu eens gebeurde er weinig, dan opeens in korte tijd heel veel. Zie je groei? Zie je bloei? Zie je rijping? Zie je de verwelking of het afsterven?

Je kunt je bij die aanblik realiseren dat je iets ziet dat voor je directe zintuiglijke waarneming onzichtbaar is, namelijk: een proces dat in de tijd verloopt. Je stelt je dat proces - en daarmee de tijd - nu in één moment voor ogen: voor je ‘geestesoog’. Toch zie je het helder voor je, met alle feitelijke details. Een natuurgetrouwe voorstelling, exacte fantasie, of betrouwbare imaginatie: allemaal termen om die activiteit te benoemen.

Als je daarbij oplet hoe dat voelt, die imaginatie, dan merk je dat jij daarin – in elk geval enigermate – één bent met die plant. Wellicht kom je er dan op jouw plant iets te vragen. Waar kom je vandaan? Wat kun je me over mijzelf vertellen? En misschien komt er dan, vroeger of later, een antwoord dat je - onverhoeds – invalt. Vaak heel anders dan je gedacht had. Bijvoorbeeld: ‘Proef mijn blad eens’, ‘Geef me wat meer water’, ‘Vertrouw je eigen ontwikkeling zoals ik de mijne’,… 

Wetenschappelijke methode

Nog twee verdere ervaringen zijn vermeldenswaard. Ten eerste dat je - in de tijd dat je al tekenend je relatie met die ene plant versterkt (veel meer dan je voor mogelijk had gehouden) - ook nieuwe fenomenen bij allerlei andere planten gaat zien. Hoe anders die planten groeien en bloeien dan de jouwe. Een wereld aan inkijkjes in ‘anderen’ gaat voor je open door je relatie met ‘die ene’.

Ten tweede dat veel van al die nieuwe ervaringen zonder meer deelbaar blijken met mensen aan wie je over jouw onderzoek vertelt. Jouw subjectieve ervaringen blijken objectiveerbaar. Je kan anderen laten zien wat jij hebt gezien. Daarmee is aan een kern van wetenschappelijk onderzoek voldaan: mee-deelbaarheid van de resultaten aan belangstellenden.

Zodra anderen met je mee gaan doen blijkt ook de herhaalbaarheid van de methodiek: nog een kern van de wetenschappelijke methode. Om ook nog aan de verklaarbaarheidseis te kunnen voldoen moet het zogenoemde objectieve, dualistische wereldbeeld verruimd worden tot een wereldbeeld waarin expliciet gemaakt wordt hoe onvermijdelijk, overal en altijd, de onderzoeker essentieel deel uitmaakt van het onderzoek dat hij doet.

Alle keuzen die het doen van onderzoek mogelijk maken, zoals de keus van het object van onderzoek, van de condities waaronder het plaats vindt, van de waarnemingsmethoden en frequenties van waarneming, van de waardering van de uitkomsten: het zijn allemaal subjectieve keuzen. In de reguliere wetenschap geldt dat dus precies zo – ook al zijn de keuzen die daaraan te grondslag liggen nog zo ingeburgerd en machtig geworden dat we er niet meer bij stilstaan.

Fenomenologie

De manier om planten te leren kennen die ik hierboven beschrijf kun je als een fenomenologische, vergelijkende methode beschouwen. Hier als de fenomenologie van de ontwikkeling van een plant. De opeenvolgende verschijningsvormen van de gekozen plant, op een plek, in een jaargetijde, worden met elkaar vergeleken. Die vergelijking wordt mededeelbaar gemaakt: voor anderen, wier blik daardoor verruimd wordt. Er gaat een wereld voor je open als je merkt dat de planten je iets te zeggen hebben als je het ze vraagt op een manier die bij hun aard past.

Ons bezig zijn met de natuur gebeurt onherroepelijk vanuit het ‘beeld’ dat we ons van de natuur gevormd hebben. Met beeld bedoel ik hier ook begrippensysteem (wereldbeeld, paradigma, opvatting van de werkelijkheid). Omdat we in het algemeen wel dat wereldbeeld leren, maar nergens te horen krijgen hoe subjectief en beperkt van aard dat beeld is, zijn er maar weinig mensen die kritisch naar dat wereldbeeld kunnen kijken.

Materialistisch denken

Het deterministisch materialisme zit in onze cultuur ingebakken. We moeten en zullen alles verklaren vanuit deeltjes die we ons voorstellen, en waaruit we de wereld, volgens toevallig verlopende processen, opgebouwd willen zien. Metend, tellen en wegend willen we de natuur begrijpen. Een afspraak die in de 19e eeuw gemaakt is, als voorlopige werkafspraak, maar sindsdien tot ‘wet’ is verheven waaraan de natuurwetenschap moet voldoen.

Emil du Bois-Reymond is een van de grondleggers van het materialistische denken, in een geslaagde poging een eind te maken aan het ‘vitalisme’ van zijn tijd, waarin men naast de fysieke krachten ook levenskrachten veronderstelde. Ondanks toenemende kritiek wordt het deeltjesdenken met man en macht in stand gehouden: angst voor de kracht van het leven?

Fenomenologie helpt je het openbare geheim van de natuur, haar beeldentaal, op een vredevolle wijze te ontraadselen. En zoals je iets of iemand begrijpt zo ga je er mee om: dodelijk agressief of vredevol levenwekkend.

Jan Diek van Mansvelt (eerder verschenen in Motief, 2015 – bijgewerkt en ingekort)

De natuur heeft je iets te vertellen - Van Mansvelt in AM

Antroposofie Magazine - september 2017: Van Mansvelt over Aandacht

Verlang je naar meer verbinding met de natuur? Dat kan! Als je je er aandachtig voor openstelt, word je daar vaak heel blij van. Maar niet alleen jij, want die roos of die eik wil – zoals ieder ander schepsel – graag gezien worden. ‘Waarnemingsdeskundige’ Jan Diek van Mansvelt, ooit directeur van Warmonderhof en bijzonder hoogleraar Alternatieve Landbouw, vertelt over zijn ervaringen.

“Vergelijk het met jezelf. Als anderen een verkeerde voorstelling van je hebben, word je daar niet gelukkig van. Je wilt gezien worden. Je kunt je oefenen om ook van dieren en planten, bomen en stenen, een meer werkelijkheidsgetrouw beeld te maken.”

Zo kijkt Jan Diek wekelijks naar een paar struiken bij hem in de tuin en fotografeert ze. “Na verloop van tijd leg ik de foto’s naast elkaar. Dan zie ik hoe de sering er in de winter uitzag en hoe in de lente haar knoppen in beweging komen. Daarna probeer ik me het ontwikkelingsproces van die sering zo helder mogelijk voor ogen te stellen. De foto’s geven daarbij een geheugensteun. Het lijkt alsof ik dat allemaal zelf doe, maar toch krijg ik soms het gevoel dat die sering blij is met mijn aandacht en mij helpt om tot een levensechte voorstelling van haar ontwikkeling te komen. Daartoe moet ik me telkens weer verbinden met dat wat ik wezenlijk wil leren kennen. Zo blijf ik geen buitenstaander maar word ik partner. Door me met de sering te verbinden, ervaar ik haar levende werkelijkheid.”

Jan Diek geeft met Rein van den Berg een cursus over bomen. “Je kunt een leven lang van de natuur genieten, zonder ooit gezien te hebben dat eiken eerst bloeien voordat ze eikels dragen, dat zich elk jaar nieuwe loten aan de takken ontwikkelen en dat de takken van vorig jaar een andere kleur hebben dan de takken van het jaar daarvoor. Je kunt vandaag nog een boom in je omgeving uitzoeken en met jezelf afspreken: Ik ga het de komende maanden met jou doen. Je gaat als het ware verkering aan en daardoor kom je nader tot elkaar. Neem voor waar wat je waarneemt, en stel je dat daarna zo nauwkeurig mogelijk voor. Dan gaat het zich in jou ‘uitspreken’.”

                                                                    Uit: Antroposofie Magazine - september 2017

Je verbinden in stappen

De eerste stap is volgens Jan Diek oprechte verwondering. “Ga ervan uit dat de natuur je iets te zeggen heeft. Je kunt een viooltje als een gebruiksvoorwerp zien, als een bloemetje dat in een vaas moet en dan zo leuk staat. Maar als je alleen gebruikswaarde aan iets of iemand toekent, komt niets of niemand tot zijn recht.

De tweede stap is dat je een relatie met het dier of de plant aangaat. De laatste stap is dat je op intuïties kunt komen wat je met die plant kunt doen. Vraagt die roos erom als geschenk geplukt te worden? Vanuit je verbinding met de natuur kun je tot acties komen die haar recht doen.”

De natuur wacht erop gekend te worden: “Plantenfamilies, zoals die van de ranonkels hebben een verhaal te vertellen. Vroege ranonkels hebben korte stengels en bloemen die zich wijd naar boven openen. De soorten die in het najaar bloeien, maken veel langere stengels terwijl hun bloemen naar beneden kijken. Stel je daarnaast de zonnebaan voor, die eerst omhoog gaat en na de midzomer weer naar beneden. Zo zie ik de ranonkelfamilie als een koor dat gezamenlijk een lied zingt over de zon in het jaarverloop. Het geeft mij een groot geluksgevoel dat ik de natuur beter leer kennen en ontwikkelingsprocessen zie die ik herken in mijn eigen leven.”

GrowApp legt de groei van je boom vast. Je maakt foto’s tijdens verschillende seizoenen en uploadt ze in de GrowApp. Die maakt uiteindelijk van alle afbeeldingen een timelaps-video. Op www.growapp.today.nl kun je o.m. filmpjes van anderen zien.

Bij het oefenen van je waarneming, kun je inspiratie halen uit het boekje: Waarnemen – wat een vreugde, van Wolter Bos (€ 10,-). Zie ook http://www.fenomenen.com/

                                                                    Uit: Antroposofie Magazine - september 2017