Sterren- en planetenkalender 2021- Liesbeth Bisterbosch

Deze praktische kalender geeft de stand van het sterrenbeeld ten opzichte van de horizon natuurgetrouw weer (twee pagina's per maand).

Maanfasen van dag tot dag. De wassende en de afnemende maan zijn op de horizontale sterrenkaarten ingetekend zoals ze op de aangegeven tijden aan de hemel verschijnen.

Met behulp van de grote horizontale avondkaart en de kleine middernacht- en ochtendkaart is de gang van een sterrenbeeld goed te volgen. Van de mooiste hemelverschijnselen zijn er extra afbeeldingen.

Deze kaarten tonen het samenspel van de planeten. De combinatie van de kaarten maakt het mogelijk met de beweging van elke planeet vertrouwd te raken. Uitstekend geschikt voor het oplossen van vragen en het lesgeven.

Het jaarthema 2021 'Venus en Mercurius - Overeenkomsten en verschillen' biedt beginners en ervaren waarnemers praktische en verdiepende aanwijzingen:

Venus en Mercurius verschijnen tijdens de schemering, ze zijn nooit de hele nacht aan de hemel. Een opvallend, rustig schijnend licht aan de donkere sterrenhemel in de eerste of laatste uren van de nacht, kan de planeet Venus zijn. Ongeveer op 20 januari verdwijnt Venus van de oostelijke ochtendhemel, rond 28 april wordt ze zichtbaar aan de westelijke avondhemel.

De Sumeriërs volgden het wassen en het afnemen van de maan en keken uit naar de komst van de eerste avondsikkel. Ze volgden ook het verdwijnen en het opnieuw zichtbaar worden van hun belangrijkste godin INANNA - onze Venus. Voor hen keerde INANNA dan terug van haar reis naar de onderwereld.

In mei schijnen Venus en Mercurius drie weken lang in de avondschemering. Mercurius is hoger aan de westelijke hemel dan Venus, meestal heeft echter Venus een grotere hoekafstand tot de zon dan Mercurius. Mercurius verschijnt meestal in de nevels laag boven de horizon of iets erboven. Hij is vaak even tussen de wolken te zien en dan weer achter hen verborgen. De Grieken noemden het daarom Stilbon, de knipperaar.

In 2021 zal Mercurius drie keer aan Venus voorbij trekken, en ook drie keer aan Mars en Jupiter. Op deze negen conjunctiedagen is hij echter onzichtbaar. In Nederland verschijnt hij in het stijgende jaar alleen aan de avondhemel, in het dalende jaar alleen aan de ochtendhemel.

De siderische en de tropische dierenriem - Gerard Smits

De objectieve (buiten) en subjectieve dierenriem (binnen)

De dierenriem van de sterrenbeelden oftewel de siderische dierenriem geeft de samenhang weer van de sterren met de zon en de aarde. Wij kunnen de groeperingen van sterren die de sterrenbeelden vormen vanuit de aarde aan de sterrenhemel waarnemen. Vandaar de naam siderische dierenriem.

De samenhang van de zon met de aarde, de dagelijkse en jaarlijkse gang van de zon gezien vanuit het aardestandpunt kan beschreven worden door de ecliptica (zonnebaan). Als wij de ecliptica in 12 gelijke delen van 30 graden opdelen, ontstaat de dierenriem van de sterrentekens oftewel de tropische dierenriem. Deze dierenriem is een constructie, kan niet aan een object waargenomen worden. Het geeft de plaats aan waar de zon zich bevindt in de loop van het jaar.

Het verwarrende is nu dat beide dierenriemen van dezelfde symbolen gebruik maken en dezelfde namen hebben.

De siderische dierenriem - Gerard Smits

De baan van de aarde rond de zon die hij gedurende een jaar beschrijft, ligt in een vlak. Het merkwaardige is dat de maan en de andere planeten zich min of meer in hetzelfde vlak bewegen. Rond dit vlak bevindt zich een gordel van vaste sterren, die de zogenaamde dierenriem vormen. De dierenriem is opgebouwd uit twaalf groeperingen van sterren, die de sterrenbeelden vormen. Al deze sterren kunnen wij vanaf de aarde waarnemen.

Behalve deze sterren zijn er nog talrijke andere sterren, die in samenhangende groeperingen nog vele andere sterrenbeelden vormen, zoals bijvoorbeeld om maar enkele te noemen de sterrenbeelden Grote Beer, Orion, Zwaan, etc. Kijken wij vanaf de aarde naar de zon, dan bevindt hij zich in een bepaald sterrenbeeld van de dierenriem en gedurende zijn rondgang in een jaar doorloopt hij alle sterrenbeelden.

De sterrenbeelden van de dierenriem zijn niet even groot. Zo neemt het sterrenbeeld maagd 45 graden van de 360 graden voor zijn rekening en is daarmee het grootste sterrenbeeld, terwijl de weegschaal met zijn grootte van 19 graden het kleinste sterrenbeeld is. De grootte van de 10 andere sterrenbeelden ligt tussen deze twee uitersten in. Op een winteravond zien wij aan een heldere hemel in zuidelijke richting hoog aan de hemel het sterrenbeeld tweeling met Castor en Pollux als meest opvallende sterren en het sterrenbeeld stier, waarin de oranje gekleurde ster Aldebaran het meest opvalt. In de zomer valt bij een heldere avond aan de zuidelijke hemel het sterrenbeeld schorpioen op met zijn karakteristieke oranje rood gekleurde ster Antares.

Rond 21 maart bevindt de zon zich in het lentepunt (lente equinox). De zon gaat precies in het oosten op en volgt zijn baan langs de hemelequator(de uitbreiding van de aardse evenaar) om vervolgens precies in het westen onder te gaan. De lengte van de dag is dan gelijk aan de lengte van de nacht. Van de aarde uit gezien bevindt de zon zich dan in het sterrenbeeld vissen. Daarna worden de dagen steeds langer en steeds hoger komt de zon boven het horizonvlak. Als de zon zijn hoogste stand bereikt heeft rond 21 juni, staat hij in het sterrenbeeld tweeling. Bij de herfstequinox rond 23 september staat hij in de maagd, de opkomst van de zon, zijn ondergang en zijn baan langs de hemel is identiek als de zon in het lentepunt staat. Bij zijn laagste stand in de winter omstreeks 22 december bevindt hij zich in het sterrenbeeld schutter.

In de astronomie is het lentepunt een belangrijk ijkpunt. Het bevindt zich nu in het sterrenbeeld vissen (8 graden). Dat punt staat niet stil, maar beweegt en schuift na ongeveer 72 jaar ongeveer 1 graad op richting sterrenbeeld waterman. Als het lentepunt door alle sterrenbeelden gegaan is en weer op dezelfde plaats is teruggekeerd, heeft het een cirkel van 360 graden doorlopen in een tijd van 360 x 72 = 25920 jaren. Dit is een benadering. Wij noemen dit een wereldjaar of ook weleens een platonisch jaar. Zo kun je zeggen, dat een mens die 72 jaar oud geworden is, één dag in een platonisch jaar geleefd heeft.

De rondgang van de zon gezien vanuit de aarde langs alle sterren van de dierenriem geeft de relatie weer van de zon met de vaste sterren en wordt een siderisch of sterrenjaar genoemd.

1

de dagelijkse gang van de zon in 12 maanden

2

de dagelijkse gang van de zon in 12 maanden

3

jaarbeweging van de zon

4

ecliptica en hemelequator

5

De siderische (buiten) en tropische dierenriem (binnen)

De tropische dierenriem - Gerard Smits

Laten wij nu eens kijken naar de relatie van de zon met de aarde. Alle sterren voor zover ze opkomen en ondergaan komen altijd op dezelfde plaats op in het zuidoosten, oosten of noordoosten en gaan altijd op dezelfde plaats onder aan de noordwestelijke, westelijke of zuidwestelijke hemel. Ook de hoogte ten opzichte van de hemelequator, de zogenaamde declinatie verandert ook nooit. Vandaar de naam vaste sterren. Dat is niet het geval bij de zon, de maan en alle planeten. Hun plaatsen van opkomst en ondergang en hun hoogte aan de hemelkoepel veranderen voortdurend.

In figuur 1 kijken wij naar de zuidelijke hemel en wij zien daar de dagelijkse gang van de zon op 12 verschillende datums gedurende een jaar. In het lentepunt zo circa 21 maart gaat de zon precies in het oosten op. Hij vervolgt zijn baan langs de hemelequator en gaat precies in het westen onder. De lengte van de dag is gelijk aan die van de nacht. Met andere woorden de tijd 12 uur dat de zon boven de horizon staat is gelijk aan de tijd ook 12 uur dat hij onder de horizon staat. De hoogte van de zon is afhankelijk van de plaats op aarde; namelijk zijn breedtegraad.

Rond 21 juni het begin van de zomer gaat de zon in het noordoosten op en in het noordwesten onder. Hij bereikt dan zijn hoogste stand. De daglengte is ruim 16 uur en de nacht duurt dan zo`n kleine 8 uur. In de herfst zo rond 23 september verloopt de dagelijkse gang van de zon op dezelfde wijze als in de lente. In de winter rond 22 december gaat de zon in het zuidoosten op en in het zuidwesten onder. De zon bereikt zijn laagste stand ten opzichte van de horizon en is er maar kort boven. De lengte van de dag duurt een kleine 8 uur en de nacht ongeveer 16 uur.

In figuur 2 zien wij de dagelijkse gang van de zon op dezelfde 12 datums, maar nu in de ruimtelijke weergave van een bolsfeer. In het middelpunt zien wij de waarnemer staan in het horizonvlak in het snijpunt van de oost-westlijn, de noord-zuidlijn en de hemelas die parallel is aan de aardas. De hoek deze as maakt met het horizonvlak is afhankelijk van de breedtegraad. Wij bevinden ons op 52 graden noorderbreedte. De hoek is dan 52 graden. Loodrecht op de aardas zien wij het equatorvlak. Hij snijdt het horizonvlak precies in het oosten en westen. De hoek die het equatorvlak maakt met het horizonvlak bedraagt dan 90 – 52 = 38 graden. Bij de lente- en herfstequinoxen rond 21 maart en 23 september gaat de zon precies in het oosten op, zijn dagelijkse beweging is identiek met de hemelequator en precies in het westen gaat hij onder. Alle andere dagelijkse bewegingen van de zon verlopen min of meer parallel aan het vlak van de hemelequator.

Gedurende het jaar beweegt de zon zich gezien vanuit de aarde volgens een spiraal. Van het wintersolstitium rond 22-12 naar het zomersolstitium rond 22-6 zien wij een uitwikkelende spiraal. De dagen daarna worden steeds langer, de (licht)ruimte die de zon omspant wordt steeds groter. Van de zomer zonnewende (solstium) naar de winterzonnewende zien wij de zon een inwikkelende spiraal beschrijven. De dagen worden steeds korter en de (licht)ruimte die de zon omspant, wordt steeds kleiner.

Ecliptica of zonnebaan - Gerard Smits

Gaan wij gezien vanuit het aarde standpunt naar de beweging van de zon gedurende het jaar kijken, dan kunnen wij een cirkel trekken die precies door de oost en west punten gaan. Deze cirkel of dit vlak snijdt de hemelequator onder een hoek van 23,5 graden.

In figuur 4 zie je een gestippelde cirkel. Deze geeft de ecliptica weer, waarin de 12 al eerder genoemde datums in figuur 1 vermeld staan. Iedere dagelijkse beweging van de zon verloopt in een cirkel die min of meer parallel aan de hemelequator is. In de figuur zie je de beweging van de zon in de lente(21-3) en herfst(23-9) equinoxen. De zon gaat dan exact in het oosten op en exact in het westen onder. Zijn dagelijkse beweging gaat precies langs de hemelequator. De hoogste stand van de zon op die dagen bedraagt dan 38 graden ten opzichte van het horizonvlak.

 

De cirkel boven de equator stelt de dag beweging van de zon voor op zijn hoogste punt rond 22-6 het zomersolstitium. De zon gaat in het noordoosten op en in het noordwesten onder. De dagbeweging is parallel aan de hemelequator en staat daar 23,5 graad boven. Op die dag bereikt de zon zijn hoogste stand van het jaar 38 + 23,5 = 61,5 graden met het vlak van de horizon. De zon is dan veel meer boven de horizon (ongeveer 16 uur) dan daaronder(ongeveer 8 uur). De cirkel onder de hemelequator geeft de dag beweging van de zon weer tijdens het wintersolstitium rond 22-12. De zon gaat dan in het zuidoosten op en in het zuidwesten onder. De beweging is zo goed als parallel aan de hemelequator en staat dan 23,5 daaronder. De zon bereikt die dag zijn laagste stand van het jaar in een hoek van 38 – 23,5 = 14,5 graden met het horizonvlak. De zon is dan meer onder de horizon(ongeveer 16 uur) dan ongeveer 8 uur erboven.

 

De cirkel van de ecliptica wordt verdeeld in 12 gelijke delen van ieder 30 graden. Elk partje van 30 graden komt overeen met een specifiek teken. Bevindt de zon zich in het lentepunt, dan staat hij altijd 0 graden in het teken ram. 2000 jaar geleden stond de zon ook 0 graden in het teken ram en dat is over 2000 jaar ook nog het geval. Na 30 dagen komt de zon in het teken stier, weer 30 dagen later in de tweeling en als de zon zijn hoogste punt bereikt heeft rond 22 juni op de langste dag staat hij 0 graden in het teken kreeft. Rond 23 september als de zon zich op het punt van de herfstequinox bevindt staat hij 0 graden in het teken weegschaal. En in het begin van de winter de kortste dag rond 22 december staat hij in 0 graden steenbok.

 

Deze onderverdeling van de ecliptica in 12 delen van 30 graden noemen wij de tropische dierenriem. Als iemand een ram, kreeft, weegschaal, steenbok etc. genoemd wordt, dan betekent het dat hij of zij geboren is als de zon zich in dat specifieke deel van de ecliptica bevindt.(zie slottabel) Van deze tekens op de ecliptica maakt onder andere de astrologie gebruik. Je kunt de tekens van deze dierenriem niet waarnemen, zoals de sterren van de sterrenbeelden van de siderische dierenriem. De tekens van deze dierenriem geven de plaats aan, waar de zon zich bevindt op de ecliptica gedurende het jaar. Ze geven de tijd van het jaar weer en ook de jaargetijden.

 

Op oude wereldkaarten of globes zie je 23,5 graden ten noorden van de evenaar een stippellijn of cirkel met de naam kreeftkeerkring. Als de zomer begint, gaat de zon het teken kreeft in. Hij staat dan loodrecht op dat punt boven de aarde. Het jaar gaat verder, de zon keert zich van dat punt en vervolgt zijn tocht richting het zuidelijk halfrond. In de herfst staat hij loodrecht boven de evenaar om verder te gaan naar zijn uiterste zuidelijk punt 23,5 graden zuiderbreedte om daar ook loodrecht boven de horizon te staan op zijn hoogste stand van de dag. De zon gaat dan de steenbok in, vandaar de naam steenbokkeerkring.

Dan gaat zijn reis weer naar het noorden om in de lente loodrecht boven de equator te staan. Gedurende het jaar beweegt de zon zich van recht boven de kreeftkeerkring naar recht boven de steenbokkeerkring en weer terug. Bij deze standen van 23,5 graden noorderbreedte en 23,5 graden zuiderbreedte keert de zon zich steeds. Vandaar de naam keerkring. Dit gebied op aarde van 23,5 graden noorderbreedte tot 23,5 graden zuiderbreedte wordt de tropen genoemd. De naam tropen is afkomstig uit het Grieks en betekent keren of wenden. De uitwerking van deze beweging van de zon op aarde zie je terug in de wisseling van de jaargetijden.

 

De jaarlijkse beweging van de zon van het lentepunt in het teken 0 graden ram tot hetzelfde punt wordt een tropisch jaar genoemd. Dit jaar duurt ongeveer 20 minuten korter dan een siderisch jaar als de zon de siderische dierenriem doorloopt. Bij de tropische dierenriem staat het lentepunt vast, altijd 0 graden ram. Bij de siderische dierenriem beweegt het lentepunt zich in het jaar 50,29 boogseconden richting sterrenbeeld waterman, dat overeenkomt met een tijd van ongeveer 20 minuten.

 

In de figuur 5 zie je in de binnenste kring de 12 gelijke delen van 30 graden van de ecliptica de tropische dierenriem. Lentepunt 0 graden ram. De buitenste kring geeft de siderische dierenriem weer met de ongelijke grootte van de sterrenbeelden. Het lentepunt staat in 8 graden vissen.

Over de kosmos - Jan van Gils

Welke voorstellingen over het planetenstelsel en de kosmos zijn tegenwoordig algemeen geldend? Bijvoorbeeld de voorstelling van de seizoenen. In leerboeken staat: de aarde draait in één jaar om de zon met een scheve as van 23,5 graden. Maar wat is de dagelijkse en wat de jaarlijkse waarneming?

Andere algemeen geaccepteerde opvattingen zijn:

- De zon is een gasbol net als sterren.

- Warmte en alle andere verschijnselen zijn een gevolg van kernfusieprocessen.
- Melkwegen als ruimtelijke beeld van de kosmos.

- Big bang en het uitdijend heelal.

- Lichtsnelheid en lichtjaren.

- Sterren die er niet meer zijn maar waarvan het licht nog voortbeweegt, planeten bewegen om sterren.

- Er moeten in de kosmos meerdere vormen van leven zijn zoals op aarde.

Alle verschijnselen worden gedacht als gevolg van materiele processen. Alle uitspraken zijn vooral voorstellingen en geen primaire waarnemingen. Echter alle uitspraken zijn gebaseerd op waarnemingen, maar welke?

Een historisch omslagpunt in het bewustzijn van de mensheid ligt rond 1750. In 1743 is het nulpunt voor temperatuurmeting door de Fransman Christin vastgelegd bij het vriespunt van water. Zijn thermometer gold tot aan de Franse revolutie als de thermometer van Lyon. Vóór 1743 werd de Celsius-schaal gebruikt waarbij het nulpunt bij koken lag. Dit typeert dat de mens zijn nulpunt nog in de atmosfeer en nog vroeger in de kosmos voelde liggen. Zijn thuisland is na 1750 steeds meer de aarde geworden, wat tot uitdrukking komt in het vaste element als nulpunt.
De mens staat sinds die tijd met twee benen op de vaste grond en gaandeweg heeft hij de verbinding met de kosmos verlaten en verloren.

Door de spectroscopie is de kosmos in de loop van de 19de eeuw materieel geduid. Sterren ziet men als lichtende materiële gasballen waar door ionisatie specifieke stofeigenschappen door middel van gekleurd licht zichtbaar worden. Een stap verder in de afzondering was de uitvinding van de elektromagnetische zenderstraling rond 1888. De radio-astronomie ontwikkelde zich pas vanaf 1931. Dit soort straling heeft zijn thuisland in de sterren. Hiermee is de aarde kosmisch geworden, echter niet in lichtend opzicht, maar als uitdrukking van elektromagnetische straling als gevallen licht (Steiner noemde het “gevallen ether”).

In de 19de eeuw verloor de mensheid de verbinding met de metafysica en in de 20ste eeuw is de mens close omhuld geraakt door de gevallen ethers. Met de komst van het 5G netwerk met 20.000 nieuwe satellieten is er een spinnenweb van zenderstraling om de gehele aarde waardoor realtime voortdurend informatie gefixeerd wordt.
Hiermee is het Griekse beeld van de kosmos met in het midden de zich ontwikkelende aarde en incarnerende mens definitief verlaten. De mens van nu ervaart en beschrijft zichzelf als een stofje in het heelal dat met zijn innerlijk leven in een spagaat verkeert.

Introductie astronomie - Jan van Gils

Wereldbeeld van Brahe

In de introductie-les astronomie belicht ik een aantal karakteristieke voorstellingsbeelden van de kosmos. Naast het Griekse geocentrische en het Copernicaanse heliocentrische plaats ik het beeld van Brahe.

Het Griekse geocentrische wereldbeeld geeft uitdrukking aan de geestelijke ontwikkeling van de mensheid die geboren wordt vanuit de kosmos. Rond 1500 vindt de geboorte van het IK plaats en komt de zon in het middelpunt te staan. Brahe combineert deze twee ontwikkelingsstadia door de aarde centraal te laten en de planeten om de zon te laten bewegen.

De latere toevoeging van de roterende dag-beweging van de aarde laat de drievoudige mens tot uitdrukking komen.

Aristoteles (384-322 BC): onder- en boven-zonnige gebieden en het ondermaanse.

Ptolemaeus (100-178)

Copernicus (1473-1543): mathematische voorstelling

Galilei (1564-1642): sterrenkijker, experimenteel

Brahe (1546-1601) en Kepler (1571-1630)

Giordano Bruno van Nola (1548 – 1600 brandstapel in Rome). Pantheist. God en kosmos is een. Kosmos is oneindig er is geen God daarbuiten.
‘Alle dingen zijn in het universum en het universum is in alle dingen; wij zijn het en het is in ons; op deze manier komt alles samen in perfecte eenheid’.

In 1889 werd op de plaats van de executie een standbeeld opgericht (het plein Campo de Fiori, Plein der bloemen). Bruno staat met zijn gezicht gericht naar het Vaticaan. de rooms-katholieke kerk heeft in 2000 haar verontschuldigingen aangeboden voor de moord op Bruno. Hij werd echter niet gerehabiliteerd.

Tycho Brahe leefde op het eiland Hven, in het kasteel Uranienborg, een geschenk van koning Frederick II. Toentertijd het grootste onderzoeksinstituut in de wereld.

Zijn werk is teniet gedaan door Nicolaus Reimers Baer(Nicolaus Reimers Ursus 1551-1600) en Johannes Kepler (1571-1630).
In 1588 sloten de jezuïeten het observatorium. De beschermheer, koning Frederick II werd vergiftigd (54 jaar).

Astrologie - Jan van Gils

Geocentrich wereldbeeld

Eenheid van astronomie en astrologie: Claudius Ptolemaeus(Ptolemeüs van Alexandrië, 100 - 178 AC). Samenvatting van oude wijsheid die tot in de 16de en 17de eeuw centraal bleef staan.
Almagest (Arabisch: de grootste): dertien boeken “Megalé suntaxis tès astronomias” (Grote verhandeling over de sterrenkunde) of “Hè Mathemikè Syntaxis”: pas in de 13de eeuw vertaald uit het Arabisch in het Latijn, Griekse tekst in de 15de eeuw beschikbaar in Europa.

De eerste twee boeken gaan over de sferenleer, het derde boek over de zonnebeweging,
het vierde boek over de algemene sterrenkunde, boek vijf over de maan, boek zes over de maans- en zonsverduisteringen. De volgende twee delen bevatten de oudste sterrencatalogus en de boeken negen tot en met dertien gaan over de planetenbewegingen.

Tetrabiblos (Apotelesmatiká – astrologische invloeden, effecten, Latijn Quadripartitum: 4 delen).

Ptolemeüs draagt al zijn werk op aan Sirius: het oog van sterrenbeeld de grote hond, Canus major. De belangrijkste ster voor de Egyptenaren. Wanneer Sirius aan de ochtendhemel verschijnt (opkomst samen met de zon) kondigt zich een nieuw jaar aan. Tevens begin van de overstroming van de Nijl.

Voetnoten en links

Liesbeth Bisterbosch - actuele geocentrische sterrenkaart

Voetnoot bij Christin (absolute nulpunt):

https://nl.qwerty.wiki/wiki/Jean-Pierre_Christin

Voetnoot bij Brahe:

http://reformation.org/tycho-brahe.html

Overige links:

http://www.allesoversterrenkunde.nl/sterrenhemel/sterrenhemel-van-de-maand/
https://www.liesbethbisterbosch.org/index.php?pag_id=162&m=0

https://zenitonline.nl

https://zenitonline.nl/product/sterrengids-2019/

College waarnemingsastronomie:

Zonnespiraal, oost-westcirkel, poolcirkel en keerkringen

Dierenriem, maan door de dierenriem

Planeten, de zon

Kosmos

Leestip: Spreken tot de sterren

Ter inspiratie een eigentijds scheppingsverhaal, verteld in meditatieve beelden.

https://www.frederieknelissen.nl/boeken/spreken-tot-de-sterren/

De meditatieve beelden bestaan uit 38 schilderijen met daarnaast korte poëtische teksten van Wil Uitgeest. Geinspireerd op het boek 'Uit de schoot der goden’  van Rudolf Steiner. Uitgeverij Cichorij, 2014.

Tineke Teunissen: "Ik geniet bijna dagelijks van de prachtige tekst uit het boek "Spreken tot de sterren" en van de prachtige illustraties; de tekst staat voorop."

Sterrenbanen - Bob Siepman van den Berg

Bewegingen van zon, maan, sterren en planeten op verschillende plaatsen op aarde en in verschillende jaargetijden gezien van buitenaf

TIP: je kunt onderstaande diashow eenvoudig stilzetten met een muisklik of touchscreen. Doorschuiven kan met de pijlen links en rechts.

Vanuit een plaats in Nederland

Noordpool

90 graden NB

Poolcirkel

66,5 graden NB

Kreeftskeerkring

23,5 graden NB

Evenaar

0 graden NB/ZB

Steenbokskeerkring

23,5 graden ZB

Sterrenbanen (panoramabeelden) - Bob Siepman van den Berg

Bewegingen van zon, maan, sterren en planeten op verschillende plaatsen op aarde en in verschillende jaargetijden gezien van de mens uit: panoramabeelden.

TIP: je kunt onderstaande diashow eenvoudig stilzetten met een muisklik of touchscreen.

OPDRACHT: teken zelf de ontbrekende panoramabeelden vanaf de Steenbokskeerkring!

Noordpool en Poolcirkel

90 en 66,5 graden NB

Kreeftskeerkring en Evenaar

23,5 en 0 graden NB

Sterrenbanen aangeven met leerlingen - Bob Siepman van den Berg

Je kunt dit natuurlijk alleen doen met leerlingen als je het zelf “onder de knie” en “in de vingers" hebt. Het begint namelijk met voordoen. Je kunt er voor kiezen dat ze eerst de tekeningen goed bestuderen, maar het kan ook omgekeerd: eerst doen en dan naar de koepelplaatjes kijken of je herkent wat je gedaan hebt. Beide wegen bewandelen kan ook. 

Ga met de leerlingen naar een voldoende grote zaal of naar een grote ruimte buiten (bijvoorbeeld schoolplein). Vraag aan de leerlingen om zich te verspreiden in de ruimte zodat ze op ruim 1 meter afstand geen andere leerlingen om zich heen hebben en dat ze jou goed kunnen zien. 

Vraag ze achtereenvolgens het Noordpunt, het Oostpunt, het Zuidpunt en het Westpunt aan te wijzen (op de denkbeeldige horizonlijn).

Vraag ze wederom het Noodpunt aan te geven en vervolgens met gestrekte hand langzaam om hun eigen lichaamsas rond te draaien (rechtsom) en behalve de hoofdwindrichtingen ook de tussenliggende windrichtingen te benoemen op het moment dat hun arm gericht is naar de betreffende windrichting. Iedere keer dat ze 450 gedraaid zijn spreken ze dus achtereenvolgens uit: “Noord” , “Noordoost”, “Oost”, ZO, Z, ZW, W, NW, N. 

Vraag ze zich in gedachten te verplaatsen naar de Noordpool en vervolgens de Hemelnoordpool aan te wijzen. Deze staat dan precies in het Zenit.

Vraag ze de circumpolaire baan aan te geven met van een ster die ongeveer 200 verwijderd is van de Hemelnoordpool. Dit zijn de “24 uren-banen” van de twee dicht bij elkaar liggende heldere sterren van de Kleine Beer. De “24 uren-baan” moet eigenlijk zijn de baan die de ster in ongeveer 23 uur en 56 minuten aflegt, want dan staat deze weer op dezelfde plaats. Deze tijdspanne noemt men ook wel een “sterrendag”.

Vraag ze de circumpolaire baan aan te geven van een ster die ongeveer 350 verwijderd is van de Hemelnoordpool. Dit zijn de banen van enkele heldere sterren van de Grote Beer.

Vraag ze de baan aan te geven van een ster die 100 boven de horizon staat (de bovenste twee sterren van Orion die als enige op de Noordpool zichtbaar zijn) en die dus parallel aan de horizon bewegen. Vraag de leerlingen waar nu de hemelequator is. Deze valt op de noordpool samen met de horizon. 

Vraag ze zich in gedachten te verplaatsen naar de Noordelijke Poolcirkel (66,50) en vervolgens de Hemelnoordpool aan te wijzen. Deze staat nu 23,50 verwijderd van het zenit, oftewel 66,50 boven het Noordpunt.

Vraag ze de circumpolaire baan aan te geven van een ster die ongeveer 230 verwijderd is van de Hemelnoordpool. Deze gaat nu door het zenit.

Vraag ze de circumpolaire baan aan te geven van een ster die ongeveer 670 verwijderd is van de Hemelnoordpool. Deze baan “raakt” aan het Noordpunt. Dit is ook de baan van de zon op 21 juni.

Vraag ze het Hemelequatorvlak aan te geven. Deze gaat door het Oostpunt en het Westpunt en maakt een hoek van 23,50 met het horizonvlak. Laat ze de baan aangeven van een ster die op de Hemelequator ligt. Dit geldt ongeveer voor de rechter gordelster van Orion. 

Dit alles kan je ook doen voor Nederland (520 NB), de Kreeftkeerkring (23,50 NB), de Evenaar (00), de Steenbokskeerkring (23,50 ZB), enzovoort. Je maakt dus in gedachten een reis over de aarde, waarbij je je steeds weer opnieuw oriënteert met behulp van de stand van de hemelas en de hemelequator voor de betreffende plaats op aarde.

Het wordt nog concreter als je ook de baan van de zon op de bijzondere tijdstippen van het jaar (lentepunt, zomerpunt, herfstpunt en winterpunt) laat aangeven. Zie hiervoor wederom de tekeningen.