Dynamische fasen in de embryologie - Willem de Vletter

Fig 1. Klievingsdelingen binnen de eischil

In de fase voor de bevruchting zien we twee polaire cellen elkaar toenaderen. Eén grote eicel, vol leven, omgeven door een hofhouding van begeleidende cellen, laat zich voortstuwen door de trilharen van de eileider. Dit alles vindt plaats in het organisme waar de eicel zelf uit voort komt.

In tegenovergestelde richting bewegen zich miljoenen spermacellen, grotendeels op eigen kracht, de eicel tegemoet. De uiterlijke beweging van deze cellen staat in contrast met de cellulaire passiviteit binnenin. De inhoud van de kleine spermacel bestaat voornamelijk uit DNA, zonder enige activiteit.

Tijdens de ontmoeting van de eicel met de zwerm spermacellen vindt een soort van dans plaats, welke eindigt in de versmelting van de eicel met één van de spermacellen.

De klievingdelingen

De bevruchte eicel gaat zich delen. Eerst in twee, daarna in vier en zo verder. Dit alles vindt plaats binnen de eischil. Er is dus geen sprake van groei. De eerste fase kan gekenmerkt worden met: fragmentatie. Zonder fragmentatie geen ontwikkeling.

Binnen de eischil vindt vervolgens nog een nieuwe dynamiek plaats: er wordt ruimte gemaakt. Er ontstaat een holte binnen de delende groep cellen. In dat stadium, dag 5, verlaat dit blaasje de eischil. Het is in bepaald opzicht een deerniswekkend kwetsbaar stadium. Een blaasje, op zoek naar moedergrond.

Innesteling

Zo kwetsbaar als het lijkt, zo krachtig hecht het zich aan de baarmoederwand. In korte tijd groeit het in koorstachtig tempo de baarmoederwand binnen. Een indringer die welkom geheten wordt. De baarmoederwand beantwoordt de innesteling met een toevloed van voeding, eerst in de vorm van cellulaire broederschap en snel daarna in de vorm van bloedlacunes, waaruit het groeiende embryo kan putten. De groei van het embryo vindt vooral plaats in de periferie. Rond het blaasje ontwikkelt zich een indrukwekkende bedding van embryonaal weefsel, dat zich een plaats in de baarmoeder verovert. Naast het blaasje ontstaat een tweede blaasje. En tenslotte ontstaat daar weer een grotere omvattende ruimte omheen.

Het embryo is nu bijna drie weken oud. Goed ingebed in de baarmoeder. Maar waar is het embryo eigenlijk? Niets is nog herkenbaar als zodanig. Het uiteindelijke embryo is dan nog in tweedimensionaal stadium. Het raakvlak van de twee kleine blaasjes is het beginnende eigen lichaam.

Het vormen van een binnenruimte

Fig 2. Ruimte scheppen. Stadium 2 wordt bereikt in de derde week. Bij stadium 3 begint de kromming waarbij de dooierzak naar binnen wordt gehaald.

Het vormen van een binnenruimte

Vanaf drie weken gaat het eigenlijke embryo* over van het platte vlak naar de ruimtelijke vorm. Deze nieuwe fase wordt ingezet door de kromming van het raakvlak van de eerste twee blaasjes. Door deze kromming ontstaat een rugzijde en tegelijkertijd wordt een binnenruimte ingesloten en legt daarmee de basis voor de darmen.

In deze fase worden in twee weken tijd de basis gelegd voor alle typische vormen en structuren: de aanleg van het ruggenmerg, het hart, de lever, de alvleesklier en de longen. Daarnaast de huid, de ledematen,  het hoofd met hersen-, oog- en oor-aanleg.

Vanaf deze fase zie je de typische koe-, vis-, of menskrachten zich over het embryo ontfermen. Door fenomenologisch waar te nemen kunnen wij ons verbinden met deze krachten.

Fig 3. Menselijk embryo van ruim 4 weken oud

*Het eigenlijke embryo is misschien een misleidende term. Hoort al het omliggende weefsel er dan niet echt bij? En stulpt het geheel buitenste-binnen?

 Willem de Vletter

Fig 3. Menselijk embryo van ruim 4 weken oud

Wandelende koeien (1:00)

Kennismaking met de koe in het eerste college Biologie

Meer biologie

Meer biologie elders op deze site onder Biologie (2017):

http://www.fenomenen.com/431578655