Scheikunde - Antoon van Hooft en Wolter Bos (mrt - sep 2017)

... veel experimenten en waarnemingen ...

Karakteristiek voor de scheikunde is dat er stofveranderingen optreden. Hierbij ontstaat er iets wat er eerst nog niet was. Regulier wordt het scheikundeproces uitgelegd als een verandering van de rangschikking van al bestaande deeltjes (atomen en moleculen). In de fenomenologie richten we ons juist op het begrijpen van het ontstaan van nieuwe kwaliteiten terwijl andere kwaliteiten verdwijnen. Het komt er dus op aan vertrouwd te raken met kwaliteiten: kleur, smaak, textuur, vorm, gevoeligheid voor warmte, enzovoorts.

Het eigen karakter van de stoffen kun je leren kennen door veel experimenten en waarnemingen te doen. Het is zaak je hierbij niet te laten storen door te denken dat je al weet wat er gebeurt. Deze attitude oefenen we bij de experimenten die tijdens de opleiding uitgevoerd zullen worden.

We volgen globaal de opbouw van het leerplan scheikunde van de vrijeschool. Het leerplan begint met de organische chemie, daarna komt de anorganische chemie aan de orde en in de hoogste klassen worden de chemische elementen behandeld.

Scheikunde: organisch

We beginnen met de organische chemie uit de 8e klas. Is het mogelijk om zo over de fotosynthese te denken, dat het wonderlijke van dit basale levensproces niet wordt geëlimineerd? Ook komen de kwaliteiten van zetmeel en koolstof aan bod.

Scheikunde: anorganisch

Uit de periode van klas 10 behandelen we de anorganische scheikunde die leidt tot een systematiek in de stoffenwereld. We zullen experimenten doen met zouten, zuren en basen. Hoe kunnen we de polariteit van zuren en basen karakteriseren?

Scheikunde: elementen

Uit de hogere klassen nemen we voorbeelden van chemische elementen uit de groep van de metalen en de niet-metalen. Wat is het ‘portret’ van zwavel? Welke polariteit laat koper en ijzer zien?

  • Organisch

  • Anorganisch

  • Elementen