Architectuur en fenomenologie - Pieter van der Ree

Gastdocent van der Ree

(Architect Pieter van der Ree was gastdocent op 30 maart 2017.)

Architectuur is geen wetenschap, maar eerder een toegepaste combinatie van kunst en (bouw)techniek. Toch kan de fenomenologie ook voor de architectuur een waardevolle rol spelen. Een centrale vraagstelling binnen de architectuur is namelijk de betekenis van architectuur voor de mens en hoe wij gebouwen kunnen ontwerpen die ons leven ondersteunen en verrijken. 

Dat is een lastig thema daar het hier een gebied betreft dat noch objectief, noch subjectief is, maar zich afspeelt in de wisselwerking tussen gebouwen als 'objectieve' werkelijkheid en hun 'subjectieve' gebruikers. Door ervaringen bewust te maken en te 'objectiveren' kan de fenomenologie hier wel toegang krijgen.

Een tweede gebied is de architectuurgeschiedenis. Deze is een fysieke uitdrukking van de cultuurgeschiedenis. De fenomenologie kan helpen om de architectuurgeschiedenis als beeld te lezen van de ontwikkeling van de cultuur en het menselijke bewustzijn.
In de architectuur komt tot uitdrukking hoe onze verhouding tot de natuur, onze medemensen en de geestelijke wereld veranderd is.

Daarnaast kan ze ook in het ontwerpproces een belangrijke rol spelen.
Om een ontwerp te maken dat in zijn omgeving past en bij zijn functie annex opdrachtgevers, moet je je als architect eerst daarin inleven. Je moet innerlijke beelden vormen van de uiterlijke werkelijkheid wil je daarop met je ontwerp kunnen aansluiten.
Werk je met groepen mensen, dan is het nog belangrijker om met elkaar een gemeenschappelijk beeld te vormen van de bestaande situatie en de wensen voor de toekomst.
Daardoor ontstaat niet alleen inspiratie voor het ontwerpproces, maar ook een basis voor een gemeenschappelijke beoordeling van het resultaat.

Wat is organische architectuur? - Pieter van der Ree

F.L. Wright - gebouw en landschap

“Kunst geeft niet het zichtbare weer, maar maakt zichtbaar.”  - Paul Klee

In de organische architectuur gaat het niet om een bepaalde stijl, maar om het vinden van de passende vorm voor een bepaalde opgave. De pioniers van de organische architectuur plaatsen daarbij elk hun eigen zwaartepunten.

Voor een deel overlappen deze elkaar, voor een ander deel zijn ze verschillend:

Frank Lloyd Wright (1869–1959) had een bijzondere aandacht voor de relatie tussen gebouw en omgeving. Gebouw en landschap dienden elkaar te versterken.

Antoni Gaudi (1852–1926) was gefascineerd door materialen en de werking van krachten in de constructie. De vorm van zijn constructies vertelt over de krachten die erin werkzaam zijn.

Rudolf Steiner (1861–1925) wilde vormen scheppen die uitdrukking zijn van innerlijk leven en daaraan appelleren.

Deze invalshoeken zijn niet tegenstrijdig, maar vullen elkaar aan. In de levende natuur is het immers ook zo dat een vorm zowel bepaald wordt door invloeden van binnenuit, als van buitenaf. Zo bezien is vorm in de organische architectuur geen uitgangspunt, maar het resultaat van invloeden die van binnenuit, vanuit de omgeving, vanuit materialen en krachtswerkingen en vanuit de ideële achtergrond werken. Wanneer het lukt vorm zo te hanteren, dan kan een gebouw door haar vormgeving vertellen over het wezen van de bouwopgave.

(Bron: www.mensenarchitectuur.nl , Pieter van der Ree)

Het onzichtbare zichtbaar maken - Pieter van der Ree

R. Steiner - Het geestelijke in mens en wereld.

De diversiteit van Steiners ontwerpen maakt duidelijk dat het hem niet om de introductie van een nieuwe bouwstijl met vaste vormkenmerken te doen was. (...) Het gaat hem niet om de introductie van aan het ontwerp wezensvreemde elementen, maar om het zichtbaar maken van wat onzichtbaar met de bouwopgave verbonden is. (…)

Zoals Goethe de overtuiging had dat de natuur haar wezen in de verschijningsvormen openbaart, zo wil Steiner gebouwen ontwerpen die door hun vormgeving hun bouwopgave tot uitdrukking brengen. Het gaat daarbij niet om het gebouw op zich, maar steeds om de betekenis die het gebouw heeft voor de gebruikers. Wat een dergelijke vormgeving bewerkstelligt, is dat ze de mens helpt, zich te verbinden met wat er reëel geestelijk aanwezig is in zijn omgeving.

Wat anders min of meer onbewust blijft, wordt door de vormgeving in het bewustzijn getild. Daarmee is Steiners organische architectuur de consequente voortzetting van zijn streven om het geestelijke in de mens te verbinden met het geestelijke in de wereld.

(Uit: Organische architectuur (2000, p.61-63), Pieter van der Ree).